Wordt laatste supergok John Deuss fataal? In maart van dit jaar verscheen er ineens weer een artikel over de bijzonder publiciteitsschuwe John Deuss. Hij had verleden jaar op grote schaal Noordzee-olie van het Brent veld opgekocht. De bedoeling was duidelijk. Als er een strenge winter zou komen zou hij kunstmatig schaarste kunnen kreëeren en zo de prijs opdrijven. Het zat John Deuss niet mee; de winter was extreem zacht en bovendien wilden de grote oliemaatschappijen niet meewerken. Ze verhoogden hun produktie. De spekulatie, waar Deuss ongeveer 800 miljoen gulden in had gestoken, leverde hem nu een verlies op van ongeveer 300 miljoen. Niet rampzalig voor zijn bedrijf konkludeerden rotterdamse kollega- oliehandelaren. Hoe kan iemand die met niet begonnen is, zo'n verlies doorstaan? Om een antwoord op die vraag te krijgen moeten we 20 jaar terug.
Op 16 februari 1967 gaat de dan 24 jarige Jan J.Chr.M.A.M. (zeg maar John) Deuss failliet. Hij is dan direkteur van een bedrijf dat japanse Hino auto's en vrachtwagens gaat importeren en assambleren. Hij heeft een schitterende deal met de japanse Hino-fabriek gesloten: hij is alleenvertegenwoordiger voor Hino in Europa en hoeft iedere auto pas te betalen als deze verkocht is. Desondanks strandt zijn bedrijf. Deuss is met zijn voorliefde voor renpaarden en dure sportwagens alvast op te grote voet gaan leven. Hij laat een spoor van onbetaalde rekeningen achter. Vanaf het vuurwerk bij de eerste steenlegging van zijn fabriek is er nooit iets betaald. Elseviers Magazine: "Nog zelden veroorzaakte een faillissement zo'n storm van verontwaardiging, omdat de als "Der Fuhrer" bekend staande Deuss de kleine schuldeisers maandenlang afbekte, terwijl de "dure relaties" in de nijmeegse hotels werden geëntertaind, overigens ook zonder betaling."
En toch... Een woordvoerder van de Amro-bank, die voor meer dan een miljoen het schip in is gegaan: "Een clevere jongen, fatsoenlijk en integer. Voor mij een toekomstige "captain of industry". Hij komt er wel!"
Inderdaad. Een half jaar later koopt hij op naam van een zakenrelatie van zijn vader, J.F.A.van Meteren, een landhuis in Berg en Dal bij Arnhem. Ook de oliehandel Joc-oil die hij dan opricht, komt op naam van deze groothandelaar in slachtvee te staan. John gaat in de olie. Hi begint met het verhandelen van kleine partijtjes, maar in 1969 komt hij op het idee wat hem schatrijk zal maken. Aan de ene kant schreeuwt Zuid-Afrika om olie, aan de andere kant kan de russiese handelsonderneming Sojuznefte Export haar olie zo goed als nergens kwijt. Een en een is twee. Hij is dan al bij Slavenburg terechtgekomen, ook omdat deze bank al tientallen jaren uitstekende handelsbetrekkingen met Rusland heeft. Slavenburg helpt hem van zijn faillissement af, zodat hij onder zijn eigen naam zaken kan gaan doen. En passant richt hij met behulp van Slavenburg een zeventigtal brievenbus-maatschappijtjes in belastingparadijzen op. De winst kan nu veilig binnengehaald worden. Deuss handelt volgens het "floating-financing" systeem zoals hij het zelf noemt. In het nederlands is dat het beste te vertalen met "zwevende betaling". Je koopt een partij olie en betaalt die pas negentig dagen na levering. Zelf vraag je natuurlijk vooruitbetaling. In de tussentijd kan je heel wat met het geld doen, maar in principe vul je natuurlijk het ene gat met het andere. Dat kan, totdat de prijzen ineens spektakulair gaan stijgen. In 1975 breekt de oliekrisis uit. In eerste instantie krijgt Deuss geen problemen met de Russen, maar met de mexicaanse staatsoliemaatschappij PEMEX. Deze komen met een vordering van 30 miljoen. Paniek in de tent Bij Slavenburg staat Deuss ook nog eens voor 50 miljoen in het rood, zonder dat daar een dekking tegenover staat. De top van de bank is hiervoor al op de vingers getikt, de schuldenlast van Deuss is ruim 1/3 van alle reserves van Slavenburg. Dat is veel meer dan mag volgens de regels van de Nederlandse Bank. En terecht, als de bank dit bedrag zou moeten ophoesten, zou ze daarna failliet gaan. Er moet iets verzonnen worden. Deuss mag niet failliet gaan, dat zou de bank de kop kosten. Er moet dus geld komen, en snel. Maar hoe? Uiteindelijk valt de beslissing: we belazeren de Russen. Het instrumentarium is er al. Slavenburg had Deuss toch aan maatschappijtjes in belastingparadijzen geholpen? En van deze is de in 1973, bij notaris Smeets, de uitvinder van de Antillen-route, opgerichtte First International Curacao Bank. Het geval beroept zich zelfs op brievenbussen in New York en Londen. De bank ziet er alleen betrouwbaar uit omdat de president-commissaris van Slavenburg, Thijs Slavenburg en diens schoonzoon en direkteur buitenlandse handel C.Rutteman er commissaris bij zijn. Hiermee kunnen de Russen ingepakt worden. In de volgende oliekontrakten wordt de Curaçaose bank ingevoegd. Uit belastingtechniese reden wordt erbij gezegd. De Russen vinden het vreemd, maar gaan akkoord. Slavenburg en zijn schoonzoon zitten bij die bank, bovendien hebben ze de indruk dat Slavenburg garant blijft staan, wat kan er dus misgaan? Sojuznefte Export-direkteur Merkoulov later: "hadden we toen maar geweten dat die bank een van Deuss vele brievenbus-firma's was..."
Een tijdlang gaat het goed, maar dan stopt de betaling. Deuss wijt het eerst nog aan burokratiese problemen, het geld moet over zoveel schijven... In mei 1977 is het de Russen teveel. Ze stoppen met olie leveren. Joc-oil staat voor 250 miljoen in het krijt. Merkoulov gaat nu pas op onderzoek uit. Het is verbijsterend. Slavenburg en Rutteman zijn allang geen kommissarissen meer bij de First National Curacao Bank. Zelfs de New Yorkse en Londense brievenbussen bestaan niet meer. Er valt niets meer te halen, de First National is een lege naam, nog slechts een brievenbus op de Antillen. Wat nu? Onder het voorwendsel over verdere leveranties te praten, lukt het Merkoulov Deuss naar Moskou te lokken. Daar blijkt de sfeer heel wat minder vriendelijk. Deuss zijn paspoort wordt in beslag genomen. Hij mag niet weg voor hij een schuldbekentenis getekend heeft. Hij tekent. De Russen slaken een zucht van verlichting. Als Deuss het kantoor van Sojuznefte Export uit is gaat hij direkt naar de nederlandse ambassade. Hier stelt hij een verklaring op dat hij de schuldbekentenis onder dwang heeft getekend. De Russen krijgen dat geld nooit!
Hierna heeft Deuss zich niet meer in de Sovjet-Unie laten zien. De Slavenburgse Bank wel. Al had Piet Slavenburg vrij snel na de ontmaskering Merkoulov een telex gestuurd, waarin stond dat ze niet bij hem aan hoefden te kloppen, de handelsrelaties met Rusland zijn hen toch wat waard. Zo vliegt in mei 1978 drs. H. Gonggrijp, lid van de raad van bestuur van Slavenburg, naar Moskou om te kijken of er niet wat te regelen valt. Een onbegonnen zaak, de Russen zijn nog steeds ziedend en ze willen beslist niet geloven dat ze alleen door Deuss zijn opgelicht. Volgens een informant is ook Leutscher, die uit zijn textieltijdperk goede betrekkingen in Moskou heeft, bij de onderhandelingen in de Jock-oil zaak betrokken geweest. De Russen dienen aanklachten tegen alle betrokkenen in. Frits Korthals- Altes treedt op als advokaat van Slavenburg. De aanklacht wordt op formaliteiten geseponeerd. Ondertussen blijft Slavenburg in de problemen. De onroerendgoed/spekulatiemarkt stort in. Jarenlang heeft de bank spekulanten veel te hoge kredieten gegeven. Ondanks de mooie winstcijfers in de jaarverslagen gaat het heel slecht met de bank. Zo slecht, dat ze eigenlijk niet meer zelfstandig kan bestaan. Dus moet er een partner gevonden worden, maar waar. In Nederland staat Slavenburg zo slecht bekend dat geen enkele bank met haar in zee wil. Uiteindelijk wordt in Credit Lyonnais een willig slachtoffer gevonden om de schulden over te nemen. Korthals-Altes helpt bij het opstellen van de kontrakten. Credit Lyonnais koopt eerst 50 dan 78% van de aandelen. Langzamerhand beginnen ze te ontdekken dat ze geflest zijn. De 150 miljoen verlies die ze op deze overname verwacht hadden te lijden, loopt op tot meer dan een miljard. Ook de Nederlandse Bank moet bijspringen.
Om de zaak nog erger te maken, komt nu ook het zwart geld schandaal aan het rollen. De Fransen zijn woedend. Ze roepen dat ze de "Nederlandse Maffiabank" hebben gekocht. Als de Russen weer een aanklacht indienen en bij de FIOD-inval op 18 februari 1983 belastende Joc-oil dossiers boven water komen, is het hek helemaal van de dam. De Fransen dreigen zich terug te trekken. Slavenburg zou dan reddeloos verloren zijn. Met het faillissement van Slavenburg zou de hele nederlandse bankwereld een kolossale klap krijgen. De gevolgen zouden desastreus geweest zijn. Dat mag niet gebeuren. Gelukkig zit Korthals-Altes als Minister van Justitie op de juiste plaats om er wat aan te doen. De aanklacht van de Russen wordt weer geseponeerd en de FIOD moet de Joc-oil dossiers onmiddellijk teruggeven.
Als de Joc-oil affaire op 3 juli 1983 verjaart, knallen er niet alleen in Berg en Dal champagnekurken.
Merkoulov is met pensioen. John Deuss is na de brandstichting in 1985 in zijn villa in Berg en Dal door de pyromanen tegen apartheid nog schimmiger dan ooit. En Slavenburg...
Het Credit Lyonnais direktielid Michel Canny: "Slavenburg? Wie of wat is dat? Heb ik die naam wel eens gehoord?" Het borstbeeld van Thijs Slavenburg, dat vroeger de ingang van het rotterdamse hoofdkantoor sierde, is naar een tochtig hoekje op de tweede etage verhuisd. De Slavenburg-manier van zakendoen bestaat echter nog steeds. In de volgende hoofdstukjes wat voorbeelden van het zakendoen van Leutscher. De bedragen zijn wat kleiner, de methoden dezelfde.